Wetgeving voor rechtszekerheid en waarborging van rechten

Een (moderne) samenleving zonder wetgeving (regels) kunnen wij ons tegenwoordig niet meer voorstellen. Bij de totstandkoming van wetten kunnen diverse doeleinden gerealiseerd worden. Zo heeft de politiek meestal belang bij wetten om daarmee bijvoorbeeld bepaalde maatschappelijke doelen te willen bewerkstelligen. Vanuit het oogpunt van rechtsgeleerden wordt dikwijls het belang van wetten benadrukt met het oog op de rechtszekerheid en voor de bescherming van verworven rechten.

Bij de procedure waarin de betreffende wetgeving tot stand komt dienen dus verschillende aspecten te worden betrokken. De voor- en nadelen van het vaststellen van (nieuwe) wetgeving voor een bepaald maatschappelijk vraagstuk dienen op een verantwoorde wijze te worden afgewogen. De verschillende effecten en de gevolgen van (nieuwe) wetgeving moeten in kaart worden gebracht.

Wetgeving niet in strijd met Grondwet, rechtsbeginselen en verdragen

Daarnaast dient de (nieuwe) wetgeving aan meerdere eisen te voldoen. De (nieuwe) wetgeving moet bijvoorbeeld in heldere taal zijn opgesteld en het mag niet in strijd zijn met de Grondwet, met algemene rechtsbeginselen en met de vele internationale verdragen. Verder is het van belang dat de (nieuwe) wetgeving kan worden uitgevoerd en tevens kan worden gehandhaafd.

Wetten fungeren als het ware als een kader voor burgers, bedrijven en (maatschappelijke) instanties, zodat voor iedereen duidelijk is welke (spel)regels er gelden in een bepaalde samenleving met de daarbij behorende verantwoordelijkheden. Het vervaardigen van wetten is ook noodzakelijk om de (locale) overheid de bevoegdheid te verschaffen om op te treden in het algemeen (maatschappelijk) belang. Ieder natuurlijke- of rechtspersoon heeft dus wel op de een of andere manier met wetgeving te maken.

Wetgeving als rechtsbron

Wetten worden gedefinieerd als zijnde geschreven rechtsregels. Elke wet is dan ook onderdeel van het recht, maar het recht bestaat uit meer dan alleen geschreven rechtsregels. Ook de rechtspraak (jurisprudentie), de rechtsleer, de algemene rechtsbeginselen en de gewoonten maken onderdeel uit van het recht en behoren dus – evenals de geschreven rechtsregels – tot de rechtsbronnen.

Wetten in formele zin

Een wet in formele zin is een besluit van de regering (volgens de Grondwet bestaat de regering uit de Koning en de ministers) en de Staten-Generaal (Eerste en Tweede kamer) volgens een procedure zoals omschreven in de Grondwet. Om deze reden worden deze gezamenlijke organen de formele wetgever genoemd. In de Grondwet betekent de term “wet” altijd een wet in formele zin.

Wetten in materiële zin

Een wet in materiële zin wordt gedefinieerd als een besluit van een daartoe bevoegd orgaan dat algemeen verbindende voorschriften bevat. Een algemeen verbindend voorschrift bestaat uit algemeen verbindende rechtsnormen (rechtsregels). Met de term “algemeen” wordt bedoeld dat de regels niet op een specifiek geval zijn gericht, maar voor allerlei natuurlijke- en rechtspersonen van toepassing zijn. Algemeen verbindende voorschriften van een orgaan dat bevoegd is tot het maken van wetgeving, zijn dus per definitie wetten in materiële zin. Wetten in materiële zin kunnen dus evengoed door een lokale overheidsinstantie vastgesteld (denk hierbij bijvoorbeeld aan een provinciale- of een gemeentelijke verordening).

Wetten in formele- en materiële zin

Meestal bevatten een wet in formele zin ook algemeen verbindende voorschriften waardoor het eveneens een wet in materiële zin is. Uitzonderingen hierop zijn bijvoorbeeld de begrotingswetten (een machtiging voor de regering voor bepaalde uitgaven) en zogenaamde goedkeuringswetten voor internationale verdragen). Daarentegen is het Burgerlijk Wetboek bijvoorbeeld zowel een wet in formele zin als een wet in materiële zin. Deze wet is namelijk vastgesteld door de wetgever in formele zin (regering en Staten-Generaal) en het bestaat uit algemeen verbindende voorschriften.

Wetten in materiële zin die geen wet in formele zin zijn

Naast de formele wetten die tot stand komen door de regering en de Staten-Generaal, zijn er dus ook nog wetten in materiële zin die geen wet in formele zin zijn. Als voorbeelden kunnen hier genoemd worden de diverse Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB’s) die bestaat uit algemeen verbindende voorschriften vastgesteld door de regering bij koninklijk besluit), ministeriële regelingen (dergelijke regelingen bevatten algemeen verbindende voorschriften van een minister), provinciale verordeningen (algemeen verbindende voorschriften vastgesteld door Provinciale Staten), gemeentelijke verordeningen (algemeen verbindende voorschriften vastgesteld door een gemeenteraad), verordeningen van openbare lichamen voor beroep en bedrijf, verordeningen van besturen van waterschappen en verordeningen van andere openbare lichamen die uitgerust zijn met wetgevende bevoegdheden.

Onderling strijdige wettelijke voorschriften

In sommige gevallen kunnen wettelijke voorschriften onderling met elkaar in strijd zijn en dan is dus de vraag welke wettelijk voorschrift dan geldt en welke niet. In het geval dat een “derde” wettelijke bepaling uitmaakt welk wettelijk voorschrift in dat geval voorrang geniet, is er sprake van expliciete derogatie. Indien een dergelijke “derde wettelijke bepaling” ontbreekt, dan wordt de rangorde bepaald aan de hand van de onderlinge rangorde waarbij geldt dat een “hoger” wettelijk voorschrift van een “hoger” orgaan voorrang geniet boven die van een “lager” orgaan (superioriteitsregel), een specifiek wettelijk voorschrift voorrang geniet boven een algemeen wettelijk voorschrift (specialiteitsregel) en een jonger wettelijk voorschrift voorrang geniet boven een ouder wettelijk voorschrift (posterioriteitsregel). Met betrekking tot de superioriteitsregel wordt de volgende rangorde gehanteerd:

• Een ieder verbindende bepaling uit verdragen
• Het Statuut van het Koninkrijk  der Nederlanden
• Grondwet
• Wetten in formele zin
• Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB)
• Ministeriële regeling
• Provinciale verordening
• Gemeentelijke verordening

Hieronder treft u enkele links (verwijzingen) aan van Bezwaar en Beroep naar diverse en relevante wetgeving, besluiten en regelingen.


Wetgeving
Op deze website van de overheid kunt u zoektermen ingeven voor het raadplegen van allerlei wetgeving, besluiten en overige (wettelijke) voorschriften.

Algemene wet bestuursrecht (Awb)
Op deze website van de overheid kunt u de “Algemene wet bestuursrecht” (Awb) raadplegen. Deze wet bevat algemene regels van bestuursrecht.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)
Op deze website van de overheid kunt u de “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” (Wabo) raadplegen. Deze wet geeft regels inzake een vergunningstelsel (omgevingsvergunning) met betrekking tot activiteiten die van invloed zijn op de fysieke leefomgeving en inzake handhaving van regelingen op het gebied van de fysieke leefomgeving.

Besluit omgevingsrecht (Bor)
Op deze website van de overheid kunt u het “Besluit omgevingsrecht” (Bor) raadplegen. Dit Besluit geeft regels ter uitvoering van de “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht”.

Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor)
Op deze website van de overheid kunt u de “Ministeriële regeling omgevingsrecht” (Mor) raadplegen. Deze regeling geeft nadere regels ter uitvoering van de “Wet algemene bepalingen omgevingsrecht” (Wabo) en van het “Besluit omgevingsrecht” (Bor).

Woningwet
Op deze website van de overheid kunt u de “Woningwet” raadplegen. Deze wet bevat regels over bouwen en volkshuisvesting.

Wet op de ruimtelijke ordening (Wro)
Op deze website van de overheid kunt u de “Wet op de ruimtelijke ordening” (Wro) raadplegen. Deze wet bevat regels ter bevordering van een duurzame ruimtelijke kwaliteit.

Besluit op de ruimtelijke ordening (Bro)
Op deze website van de overheid kunt u het “Besluit op de ruimtelijke ordening” (Bro) raadplegen. Dit besluit geeft regels tot uitvoering van de “Wet op de ruimtelijke ordening” (Wro).

Burgerlijk wetboek
Op deze website van de overheid kunt u (alle boeken uit) het “Burgerlijk wetboek” raadplegen.