Begripsbepalingen inzake aanvraag omgevingsvergunning

Voor een goed inzicht in de diverse manieren waarop een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan plaatsvinden, is het wel noodzakelijk om enkele begrippen te definiëren. Het gaat dan om de begrippen “activiteit”, “fysieke leefomgeving”, “project” en “onlosmakelijk”.

Activiteit

Er is sprake van een “activiteit” in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), indien een handeling (bijvoorbeeld bouwen, slopen, kappen) plaatsgebonden is en van invloed is op de fysieke leefomgeving.

Fysieke leefomgeving

Alle fysieke waarden in de leefomgeving betreffende, zoals de natuur, het milieu, een goede ruimtelijke ordening en de landschappelijke- en cultuurhistorische waarden.

Project

Een project in de zin van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bestaat uit één of meerdere activiteiten.

Onlosmakelijk verbonden

Bij “onlosmakelijk verbonden” activiteiten, gaat het om activiteiten die feitelijk niet zijn te scheiden. Hierbij dient u bijvoorbeeld te denken aan het verbouwen van een beschermd monument , omdat het dan gaat om de onlosmakelijk verbonden activiteiten “bouwen” en “wijzigen (beschermd) monument”.

Aanvraag omgevingsvergunning project en onlosmakelijke activiteiten

Indien u een project (bestaande uit één of meerdere activiteiten) wilt uitvoeren waarvoor een omgevingsvergunning vereist is, dan dient u een aanvraag om een omgevingsvergunning in te dienen voor de betreffende activiteit(en).

Indien het project uit meerdere activiteiten bestaat (bijvoorbeeld “bouwen” en “slopen”), dan kunt u ervoor kiezen om een aanvraag in te dienen voor één omgevingsvergunning voor de desbetreffende activiteiten. Echter, u heeft ook de keus om voor iedere activiteit apart een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. In dat geval krijgt u voor elke losse activiteit een omgevingsvergunning.

Indien er echter sprake is van activiteiten die “onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn”, dan is het niet mogelijk om voor iedere activiteit een aparte omgevingsvergunning aan te vragen. U dient dan één omgevingsvergunning aan te vragen voor alle te verrichten (deel)activiteiten.

Voor de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kon bij een bouwplan dat in strijd was met het bestemmingsplan een vrijstelling/ontheffing daarvan worden verleend, dus los van de eveneens benodigde bouwvergunning. Met de komst van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is het mogelijk om bij strijd met het bestemmingsplan een omgevingsvergunning aan te vragen voor het afwijken van het bestemmingsplan hetgeen dus in de plaats gekomen is van de vroegere vrijstelling/ontheffing. Echter werden de activiteiten “bouwen” en “afwijken van het bestemmingsplan” als onlosmakelijke activiteiten beschouwd.

Met ingang van 25 april 2013 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in die zin gewijzigd. Vanaf dat moment is het dus weer mogelijk om voor een bouwplan (bijvoorbeeld bij het realiseren van meerdere woningen) eerst een planologische toestemming te verkrijgen en vervolgens voor bepaalde (onder)delen daarvan een omgevingsvergunning aan te vragen om zodoende fasegewijs te bouwen.

Voor- en nadeel bij meerdere omgevingsvergunningen voor project

Het kan zinvol zijn om voor alle activiteiten die een project bevat, een aparte omgevingsvergunning aan te vragen. Uiteraard kunnen er niet meerdere omgevingsvergunningen worden aangevraagd als een project slechts uit één activiteit bestaat. Het voordeel kan worden behaald met het kostenaspect.

Stel bijvoorbeeld dat u een garage wilt bouwen (activiteit “bouwen”) alsmede een uitrit wilt aanleggen (activiteit “inrit aanleggen”) om de garage te kunnen bereiken. Alvorens u een (duur) bouwplan voor de garage laat uitwerken, kunt u er voor kiezen om een aanvraag in te dienen voor een omgevingsvergunning voor de activiteit “inrit aanleggen”. Het voordeel is dat u dan eerst zekerheid verkrijgt of de omgevingsvergunning voor het aanleggen van de inrit verleend wordt, voordat u een bouwplan laat tekenen voor het bouwen van de garage waar veel kosten mee gemoeid zijn (constructieberekeningen, technische uitwerking details, enzovoort).

In de praktijk bestond voornamelijk de wens de omgevingsvergunning voor strijdig gebruik en de omgevingsvergunning voor bouwen los te koppelen. Door eerst een omgevingsvergunning voor strijd met het bestemmingsplan aan te vragen, ontstaat er bijvoorbeeld een rechtstitel om gronden bouwrijp te maken. Door de loskoppeling dienen eveneens de leges gefaseerd te worden voldaan. Bovendien kan een initiatiefnemer nu eerst de zekerheid verkrijgen over de planologische haalbaarheid van het project alvorens tijd en geld te investeren in gedetailleerde bouwplannen. Maar het belangrijkste voordeel voor een initiatiefnemer van een project is, dat sneller en beter kan worden gereageerd op veranderingen van de markt.

De aanvraag voor meerdere omgevingsvergunningen (per activiteit) voor een project heeft als nadeel, dat afzonderlijk de aanvraagprocedure doorlopen dient te worden alsmede voor iedere  omgevingsvergunning de mogelijkheid van bezwaar en beroep open staat. Het nadeel dat u dan ondervindt is gelegen in de langere duur (tijdsaspect).

Gefaseerde aanvraag omgevingsvergunning

Indien er dus sprake is van “onlosmakelijk verbonden” activiteiten, dan is het niet mogelijk om voor iedere activiteit apart een aanvraag voor een omgevingsvergunning in te dienen. In dergelijke gevallen kan een zogenaamde, “gefaseerde” aanvraag uitkomst bieden.

Bij een gefaseerde aanvraag wordt de aanvraag gesplitst in twee fasen en voor elke fase krijgt u een beschikking. De twee beschikkingen tezamen vormen dan de omgevingsvergunning voor uw project. Echter kunt u pas de activiteit uitvoeren, indien u toestemming heeft verkregen voor beide fasen. Ook in het geval dat er geen sprake is van “onlosmakelijk verbonden” activiteiten, mag u de afzonderlijke activiteiten gefaseerd aanvragen.

Voor- en nadeel gefaseerde aanvraag omgevingsvergunning

De voor- en nadelen van een gefaseerde aanvraag voor een omgevingsvergunning zijn hetzelfde als bij een aanvraag om meerdere omgevingsvergunningen voor elke activiteit dat een project bevat. Zo kan als voordeel worden genoemd, dat u vooraf duidelijkheid krijgt of de uitvoer van gewenste werkzaamheden op een bepaalde locatie mogelijk is en u maakt minder kosten. Het nadeel van een gefaseerde aanvraag voor een omgevingsvergunning is, dat u pas een aanvang kunt maken met uw werkzaamheden als u een vergunning heeft voor beide fasen.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kent twee procedures

Indien u eenmaal uw strategie bepaald heeft inzake de aanvraag (één omgevingsvergunning voor gehele project, voor iedere activiteit een aparte omgevingsvergunning, gefaseerde aanvraag), dan volgt dus de daadwerkelijke aanvraag. De Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) kent twee procedures, namelijk de reguliere- en de uitgebreide procedure.

Reguliere procedure

Het besluitvormende orgaan zal in eerste instantie dienen te beoordelen of de reguliere (korte) voorbereidingsprocedure van toepassing is of dat de uitgebreide (langere) voorbereidingsprocedure de aangewezen weg is. Indien er sprake is van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning of het kappen van een boom, dan is de reguliere procedure van toepassing. In deze procedure geldt een zogenoemde fatale termijn. Dat wil zeggen dat de vergunning van rechtswege (automatisch) wordt verstrekt, indien deze niet tijdig wordt verleend. Het besluitvormende orgaan heeft een termijn van acht weken om te besluiten op de aanvraag en deze procedure mag maximaal met zes weken worden verlengd.

Uitgebreide procedure

De uitgebreide procedure is van toepassing bij de meer complexe projecten waar een belangenafweging en een inspraakmogelijkheid nodig is. De uitgebreide procedure is dus aan de orde bij aanvragen waarover andere personen dan de aanvrager ook een mening moeten kunnen geven, bijvoorbeeld bij een milieuvergunning of grote afwijkingen van het bestemmingsplan (bijvoorbeeld het bouwen van een bedrijfscomplex in afwijking van een bestemmingsplan of bij een milieuactiviteit).

Het besluitvormende orgaan dient binnen zes maanden een besluit te nemen op de aanvraag en deze termijn kan met zes weken worden verlengd. Indien niet binnen deze termijn een besluit volgt, dan wordt bij de uitgebreide procedure geen omgevingsvergunning van rechtswege verleend (dus geen fatale termijn). De aanvrager kan in dat geval wel het bestuursorgaan in gebreke stellen in het kader van de “Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen”.

Aanvraag omgevingsvergunning per post of digitaal

Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan zowel per post als digitaal worden ingediend. Indien u er voor kiest om de aanvraag digitaal in te dienen, dan kunt u het omgevingsloket online raadplegen op internet.

Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor)

Voor alle betreffende werkzaamheden waarvoor een omgevingsvergunning benodigd is, is in de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) vastgelegd welke documenten (bijvoorbeeld bouwtekeningen) en gegevens (bijvoorbeeld constructieberekeningen) zoal vereist zijn. Er mogen alleen gegevens worden opgevraagd die relevant zijn voor de aanvraag.