Griffierechten in privaatrecht

Alvorens een procedure op het gebied van het privaatrecht daadwerkelijk aanvangt, dient de eiser een bedrag (griffierechten) aan de rechtbank te voldoen. De hoogte van deze griffierechten is in de wet bepaald. Hoe hoger het bedrag dat wordt gevorderd in een privaatrechtelijke procedure, des te hoger de griffierechten zijn.

Dagvaarding

Een privaatrechtelijke procedure begint meestal schriftelijk. De eiser stuurt via een deurwaarder een dagvaarding aan de gedaagde. In de dagvaarding staat wie de eiser is, wat de eiser wenst, waarom hij dat wenst en welk bewijs hij heeft om zijn stelling(en) te onderbouwen. Ook staat in de dagvaarding wanneer de zaak voorkomt en voor welke rechtbank. De woon- of vestigingsplaats van de gedaagde bepaalt doorgaans welke rechtbank de zaak behandelt. De gedaagde kan op de dagvaarding reageren met een conclusie van antwoord. In deze conclusie wordt uiteengezet op welke punten de gedaagde het niet eens is met de eiser en waarom niet.

Verzoekschrift

Sommige privaatrechtelijke procedures beginnen niet met een dagvaarding, maar met een verzoekschrift. Dat is een schriftelijk verzoek aan de rechter om een bepaalde beslissing te nemen. Mensen die willen scheiden dienen bijvoorbeeld een verzoekschrift in.

Uitstel indiening stukken of behandeling zaak

In enkele gevallen verleent de rechterlijke instantie uitstel voor het indienen van stukken of voor de mondelinge behandeling van de zaak. Het verzoek om uitstel moet bij voorkeur schriftelijk en voorafgaand aan de zitting worden ingediend. Bij het verzoek moet duidelijk worden aangegeven om welke reden(en) uitstel nodig is.

Bodemprocedure of kort geding

Een kort geding is een snelle behandeling van een zaak waarin haast is geboden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij stakingen of de ontruiming van een woning. Het gaat bij een kort geding om een mondelinge behandeling van een zaak. Als een van de partijen het niet eens is met de uitspraak van de rechter in kort geding, dan kan hij een gewone procedure (een zogenaamde bodemprocedure) starten of in hoger beroep gaan tegen de uitspraak in kort geding. Het oordeel van de rechter in kort geding blijft dan gelden totdat de rechter een uitspraak doet in een gewone procedure.

Verschijnen en verstek

Na de eerste schriftelijke ronde worden de partijen meestal opgeroepen om in persoon te verschijnen bij de rechtbank (comparitie). Beide partijen mogen dan hun standpunten mondeling toelichten aan de rechter. De partijen zijn niet verplicht om voor de rechter te verschijnen. Partijen mogen ook hun standpunten op papier zetten en zich laten vertegenwoordigen door hun advocaat. Als een gedaagde niet op de dagvaarding reageert en ook niet op de zitting verschijnt, dan kan de rechter de gedaagde bij verstek veroordelen.

Indien de rechter de gedaagde bij verstek veroordeelt, dan neemt de rechter de eis van de eiser meestal over in diens vonnis. Vrijwel altijd wordt de gedaagde daarnaast veroordeeld tot het betalen van de (proces)kosten. Hierbij gaat het om de kosten van de dagvaarding, de griffierechten en de kosten die de eiser heeft betaald aan rechtsbijstand. De gedaagde kan tegen een verstekvonnis in verzet gaan bij de rechtbank. In verzet gaan is iets anders dan in hoger beroep gaan. De gedaagde dient in verzet de eiser door een deurwaarder te laten dagvaarden. De procedure begint als het ware weer opnieuw.

Comparitie van partijen 

Na ontvangst van het verweer beoordeelt de rechtbank of de partijen persoonlijk dienen te verschijnen voor de rechter (comparitie). De rechter kan ook een comparitie houden om te kijken of de eiser en de gedaagde tot een schikking kunnen komen. In dat geval komen de eiser en de gedaagde elkaar alsnog tegemoet en wordt de rechtszaak zonder vonnis beëindigd. Na de comparitie beslist de rechter hoe de procedure verder verloopt. De rechter kan dan zonder verdere stappen vonnis wijzen. De rechter kan ook de eiser en de gedaagde de gelegenheid geven de stellingen schriftelijk of mondeling nader toe te lichten.

Conclusie van repliek en dupliek

Een toelichting van de eiser wordt “een conclusie van repliek” genoemd. Een toelichting van de gedaagde op zijn verweer wordt “een conclusie van dupliek” genoemd. De rechter kan ook aan de eiser of de gedaagde vragen met nader bewijs te komen. Bewijs kan schriftelijk worden geleverd door bijvoorbeeld stukken te overhandigen, getuigen te laten horen of een deskundige in te schakelen. Over het verdere verloop van de procedure na de comparitie, worden de partijen schriftelijk door de rechtbank geïnformeerd.

(Ver)horen getuigen

Het kan ook voorkomen dat de rechter getuigen wil horen, omdat bijvoorbeeld de partij die bewijs wil leveren dat wil doen door middel van een getuige. De getuige wordt opgeroepen via een dagvaarding of een aangetekende brief. Hierin staat waar en wanneer de getuige moet verschijnen. Een getuige is echter verplicht te verschijnen. Als een getuige zonder geldige reden wegblijft, kan zelfs de politie worden ingeschakeld om hem te halen.

Gijzelen getuige

Een getuige is eveneens verplicht om een verklaring af te leggen. Doet de getuige dat niet, dan kan de rechter hem laten gijzelen. In dat geval wordt de getuige in hechtenis genomen en opgesloten in het huis van bewaring. De getuige heeft recht op vergoeding van de kosten die hij maakt om voor de rechter te verschijnen (bijvoorbeeld reiskosten en gemiste inkomsten). De rechtbank stelt de hoogte van de vergoeding vast na afloop van het verhoor. De vergoeding moet worden betaald door degene die de getuige heeft opgeroepen.

Uitspraak rechter (vonnis)

In het vonnis staat hoe volgens de rechter het conflict moet worden opgelost. De rechter beslist ook wie de kosten van de privaatrechtelijke procedure moet betalen, zoals het griffierecht en de kosten van de deurwaarder. Partijen moeten zich aan het vonnis van de rechter houden. Wie dit niet doet kan daartoe worden gedwongen. De deurwaarder kan dan bijvoorbeeld beslag leggen op een bankrekening of een huis ontruimen. Soms legt de rechter een dwangsom op. Dit is een stok achter de deur om ervoor te zorgen dat de in het ongelijk gestelde partij meewerkt.

Uitvoering vonnis

Als het vonnis is uitgesproken, moet de verliezende partij daar zo snel mogelijk aan voldoen. Als de verliezende partij niet aan het vonnis voldoet, kan de winnende partij een deurwaarder inschakelen. De deurwaarder kan zonodig met dwangmiddelen (bijvoorbeeld beslag) de nakoming van het vonnis afdwingen. De kosten hiervan komen voor rekening van de partij die in het ongelijk is gesteld.

Beroep tegen uitspraak rechter

De eiser en de gedaagde kunnen hoger beroep instellen als zij het niet eens zijn met het vonnis van de rechtbank. Als de zaak niet om geld gaat, is hoger beroep altijd mogelijk. Is dat wél het geval, dan is hoger beroep alleen mogelijk als het (geldelijk) belang hoger is dan € 1.750,- . Hoger beroep moet worden ingesteld binnen drie maanden nadat het vonnis is uitgesproken. Het hoger beroep wordt behandeld door het gerechtshof. De eiser en de gedaagde moeten hiervoor altijd gebruik maken van een advocaat.