Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) voor hoger beroep

In hoger beroep wordt gebruik gemaakt van het recht om aan een hogere rechter een nieuw oordeel te vragen. Een hoofdregel in het rechtssysteem is, dat men tegen een uitspraak van een rechter in eerste aanleg in (hoger) beroep kan gaan bij een hogere rechterlijke instantie. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State moet echter wel bevoegd zijn om in hoger beroep bestuursrechtelijke geschillen te behandelen.

ABRvS kan uitspraak rechtbank bevestigen, vernietigen of terugverwijzen

Voor de behandeling van het hoger beroep bij de afdeling bestuursrechtspraak zijn de regels van de behandeling in eerste aanleg (dus de regels die gelden voor beroep bij de rechtbank) van overeenkomstige toepassing. De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State kan de uitspraak van de rechtbank bevestigen, de uitspraak geheel of gedeeltelijk vernietigen en dan doen wat de rechtbank had behoren te doen of de zaak terugverwijzen naar de rechtbank die deze in eerste aanleg heeft behandeld. Overigens zijn er wel kosten verbonden aan het instellen van hoger beroep (griffierecht).

Nog drie gerechtelijke instanties voor hoger beroep 

Uit de “Wet op de Raad van State” blijkt dat er nog drie andere gerechtelijke instanties zijn voor hoger beroep. Zij zijn bevoegd als de wet op een bepaald rechtsgebied ze daarvoor aanwijst. Het gaat dan om “De Centrale Raad van Beroep (CRvB) te Utrecht” die belast is met de rechtspraak in hoger beroep in zaken die handelen over sociale zekerheid en ambtenarenzaken.

Verder is er het “College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBB) te Den Haag” die belast is met de rechtspraak in geschillen op sociaal-economisch terrein. Het gaat daarbij om besluiten van publiekrechtelijke bedrijfsorganisaties, met name mededelingszaken en telecommunicatiezaken. Bij het CBB kan beroep worden ingesteld door een natuurlijke of een rechtspersoon die rechtstreeks in zijn belang is getroffen. Afhankelijk van de betreffende wet fungeert het CBB als rechter in eerste aanleg of in hoger beroep. In enkele wetten is het CBB als eerste en enige rechter aangewezen.

Tenslotte is het gerechtshof als beroepsinstantie in bestuurszaken aangewezen. Zo dient tegen een uitspraak van de rechtbank in een belastinggeschil hoger beroep te worden ingesteld bij het gerechtshof. Daarna is nog cassatie mogelijk bij de Hoge Raad.
Het procesrecht in belastingzaken is neergelegd in de Wet administratieve rechtspraak belastingzaken waarop de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van overeenkomstige toepassing is. Toetsingsgronden worden in de wet niet genoemd, maar ook de belastingrechter toetst de bestreden beschikking aan algemeen verbindende voorschriften, aan beleidsregels en aan de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Wet Mulder

Een ander geval waarin het gerechtshof in bestuurszaken in hoger beroep bevoegd is, zijn de zaken in de zogeheten Wet Mulder. Het betreffen dan kleine, veelvoorkomende verkeersovertredingen zonder schadelijke gevolgen die door de sector kanton van de rechtbank in eerste aanleg worden behandeld. Hoger beroep staat voor alle Wet Mulder zaken open bij het gerechtshof te Leeuwarden.