Definitie bestuurlijke boete

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt een bestuurlijke boete gedefinieerd als “de bestraffende sanctie, inhoudende een onvoorwaardelijke verplichting tot betaling van een geldsom. Uit deze wettelijke definitie volgt dat het moet gaan om een sanctie of straf welke pas kan worden opgelegd als er een overtreding is begaan. De straf bestaat dan uit het betalen van een geldsom.

Wettelijk kader opleggen bestuurlijke boete

Een bestuursorgaan kan alleen een bestuurlijke boete opleggen als er een speciale wet is waarin omschreven is dat de betreffende instantie bevoegd is om een bestuurlijke boete op te leggen. Naast deze bevoegdheid dient tevens de overtreding en de sanctie in die wet te zijn omschreven (legaliteitsbeginsel). Immers, u dient te weten wat wel en wat niet mag en de hoogte van de sanctie moet kenbaar zijn.

Er zijn al verschillende wettelijke regelingen waarin aan bestuursorganen de bevoegdheid is toegekend om aan burgers (en bedrijven) een bestuurlijke boete op te leggen. Zo kan bijvoorbeeld een belastinginspecteur een bestuurlijke boete opleggen als u niet tijdig aangifte doet voor de inkomstenbelasting.

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is één algemene regeling gegeven voor de uitoefening van dergelijke in bijzondere wetten toegekende bevoegdheden tot het opleggen van een bestuurlijke boete. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dus bepaald hoe een bestuurlijke boete opgelegd en ingevorderd moet worden en de bevoegdheid om een bestuurlijke boete op te leggen moet dus in een bijzondere wet zijn opgenomen.

Verschillen bestuurlijke boete en herstelsancties

De bestuurlijke boete onderscheidt zich op een aantal essentiële punten van andere bestuurlijke handhavinginstrumenten zoals de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom. De bestuurlijke boete is een zogenoemde punitieve (bestraffende) sanctie, terwijl de last onder bestuursdwang en de last onder dwangsom herstelsancties zijn die er niet op gericht zijn om een overtreder te bestraffen.

De herstelsancties zijn gericht om een situatie die in strijd is met de voorschriften op te heffen of om herhaling te voorkomen. Voorts hoeft bij de bestuurlijke boete de overtreder niet eerst een waarschuwing te krijgen, zodat de zogenaamde vooraankondiging niet hoeft plaats te vinden. Er kan dus terstond tot handhaving worden overgegaan als er een overtreding geconstateerd wordt.

Wijze van opleggen bestuurlijke boete

De bestuurlijke boete wordt bij beschikking opgelegd (ook wel boetebeschikking genoemd).In deze (boete)beschikking moet de overtreding en het overtreden voorschrift worden opgenomen alsmede de naam van de overtreder en de hoogte van de boete. Aan het opleggen van een bestuurlijke boete gaat het vaststellen van de overtreding door het bestuursorgaan en/of de toezichthouder vooraf.  Van de geconstateerde overtreding wordt dan doorgaans een rapport opgesteld. Bij het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340,- is het opstellen van een boeterapport echter verplicht gesteld.

Mogelijkheid tot geven zienswijze bij bestuurlijke boete

Bij het opleggen van een bestuurlijke boete van meer dan € 340,- stelt het bestuursorgaan eerst een “vooraankondiging” op waarin wordt kenbaar wordt gemaakt dat het bestuursorgaan voornemens is om een bestuurlijke boete op te leggen waarbij een afschrift van het boeterapport wordt bijgevoegd. De overtreder wordt dan in de gelegenheid gesteld om zijn of haar zienswijze naar voren te brengen met betrekking tot dat voornemen. Als zienswijze kunt u bijvoorbeeld aanvoeren de bestuurlijke boete ten onterechte is opgelegd (u geeft bijvoorbeeld aan dat de overtreding niet aan u kan worden verweten) of dat geen rekening is gehouden met de omstandigheden waaronder de overtreding is begaan. Op grond van een eventueel ingebrachte zienswijze kan een bestuursorgaan vervolgens besluiten om de bestuurlijke boete definitief op te leggen of om daar van af te zien.

Verjaringstermijn inzake opleggen bestuurlijke boete

Bij boetes lager dan € 340,- vervalt de bevoegdheid van het bestuursorgaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete na drie jaar, nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. Bij boetes die hoger zijn dan € 340,- vervalt de bevoegdheid van het bestuursorgaan tot het opleggen van een bestuurlijke boete na vijf jaar, nadat de overtreding heeft plaatsgevonden. Nadat van een bepaalde overtreding een boeterapport is opgemaakt, dient het bestuursorgaan binnen 13 weken daarna te beslissen over het opleggen van de boete. Indien van dezelfde overtreding al eerder een bestuurlijke boete is opgelegd, kan niet wederom een bestuurlijke boete worden opgelegd (ne bis in idem). Bovendien mag geen bestuurlijke boete worden opgelegd als voor dezelfde gedraging al strafvervolging is ingesteld.

Bezwaar maken tegen bestuurlijke boete

Na het opleggen van een bestuurlijke boete, kunt u in bezwaar gaan. Indien u geen bezwaar maakt tegen de opgelegde boetebeschikking, dan is deze onherroepelijk en u dient dan het opgelegde bedrag te voldoen.