Afdeling Bestuursrechtspraak RvS  201210000  25 september 2013

Last onder dwangsom voor het in stand laten van een bouwwerk

Burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag had een last onder dwangsom opgelegd voor het in stand laten van een bouwwerk dat zonder een omgevingsvergunning was gebouwd (overtreding van artikel 2.3a Wet algemene bepalingen omgevingsrecht). Het tegen dit besluit ingediende bezwaarschrift werd ongegrond verklaard door burgemeester en wethouders van Den Haag en vervolgens is door betrokkene beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft het beroep tegen de beslissing op bezwaar ongegrond verklaard.
In hoger beroep werd door de appellant werd betoogd dat de rechtbank de vraag of een bouwvergunning (thans: omgevingsvergunning) al dan niet benodigd was, beoordeeld diende te worden aan de hand van het  toetsingskader van de Woningwet zoals dat in 2008 gold. Op grond van de toen geldende bepalingen uit de Woningwet zou er volgens appellant namelijk geen bouwvergunning benodigd zijn.

Wabo van toepassing na 1 oktober 2013

Op 1 oktober 2010 is de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) in werking getreden. Volgens het eerste lid van artikel 1.6 van de Invoeringswet Wabo blijft – indien voor het tijdstip waarop de Wabo in werking treedt met betrekking tot een activiteit als bedoeld in die wet een beschikking tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom of tot gehele of gedeeltelijke intrekking van een vergunning is gegeven – het onmiddellijk voor dat tijdstip ten aanzien van een zodanige beschikking geldende recht van toepassing tot het tijdstip waarop de beschikking onherroepelijk wordt.
Volgens het tweede lid van dit artikel wordt een dergelijke beschikking gelijkgesteld met een beschikking krachtens de Wabo, althans nadat deze onherroepelijk is geworden. Het dwangsombesluit dateert echter van na de inwerkingtreding van de Wabo (1 oktober 2010), zodat de rechtbank op juiste en goede gronden had overwogen dat de Wabo op het onderhavige geschil van toepassing is en dat het college daarom diende te beoordelen of voor de bouwwerkzaamheden een omgevingsvergunning benodigd was.

Gerealiseerde bouwvergunningvrije bouwwerken mogen in stand blijven

Zoals reeds eerder is overwogen door de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State  is artikel 2.3a Wabo niet van toepassing (verbod in stand laten bouwwerk dat zonder een omgevingsvergunning is gebouwd), indien volgens de Wabo voor het bouwen geen vergunning is of was vereist. In een eerdere uitsprak had de Afdeling Bestuursrechtspraak namelijk al overwogen dat een redelijke, mede door de rechtszekerheid ingegeven, uitleg meebrengt dat bouwwerken die onder de vigeur van de Woningwet vergunningvrij waren, ook onder de Wabo vergunningvrij in stand mogen worden gelaten. Derhalve kan geconcludeerd worden dat bouwwerken die vóór 1 oktober 2010 gebouwd zijn zonder een bouwvergunning (dus bouwvergunningvrij volgens de Woningwet), ook onder de Wabo wetgeving in stand gelaten mogen worden. Het bepaalde in artikel 2.3a Wabo geldt in die gevallen dus niet!