Vergoeding kosten in bezwaar uitsluitend op verzoek belanghebbenden

Voor de behandeling van uw bezwaarschrift wordt door een bestuursorgaan geen kosten in rekening gebracht. In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn de mogelijkheden omschreven voor  de vergoeding van de kosten die een belanghebbende mogelijkerwijs heeft gemaakt voor professionele rechtsbijstand en het inroepen van noodzakelijke deskundigen en/of getuigen.

Zo is wettelijk bepaald dat de kosten die een belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaarschrift redelijkerwijs heeft moeten maken, uitsluitend worden vergoed door een bestuursorgaan op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens een aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

Dit verzoek van belanghebbenden dient overigens te worden ingediend, voordat het bestuursorgaan op het bezwaarschrift heeft beslist. In de beslissing op bezwaar vermeldt het bestuursorgaan tevens of de gevraagde vergoeding van de kosten in bezwaar al dan niet wordt toegekend.

Besluit “proceskosten bestuursrecht”

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is verder bepaald, dat door middel van een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) nadere regels moeten worden gesteld over de kosten waarop de vergoeding uitsluitend betrekking kan hebben en over de wijze waarop het bedrag van de kosten wordt vastgesteld.

In deze Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB), het “Besluit “proceskosten bestuursrecht”, is geregeld dat er een recht bestaat op een forfaitaire vergoeding van kosten die een belanghebbende gemaakt heeft in verband met de behandeling van het bezwaar. Het bestuursorgaan dient de vergoeding van kosten in bezwaar toe te kennen, indien aan de voorwaarden voldaan wordt zoals omschreven in het “Besluit proceskosten bestuursrecht”. Het gaat dan om kosten voor professionele rechtsbijstand (advocaten, maar ook andere rechtshulpverleners) en om kosten voor het mogelijk inschakelen van deskundigen en/of getuigen.

Voor vergoeding van kosten in bezwaar komen onder andere in aanmerking de kosten voor het opstellen van een bezwaarschrift en die voor het verschijnen op een hoorzitting. Om voor een vergoeding van kosten in bezwaar in aanmerking te komen, mag de betreffende rechtshulp niet gelegen zijn in de privésfeer. In jurisprudentie is namelijk bepaald dat van “een door een derde, beroepsmatig verleende rechtshulp in de zin van het “Besluit proceskosten bestuursrecht” geen sprake is, als tussen degene aan wie de rechtsbijstand wordt verleend en de rechtsbijstandverlener een nauwe familierelatie bestaat.

Redelijkerwijs noodzakelijke kosten

Een andere voorwaarde voor een vergoeding van kosten in bezwaar is gelegen in het feit, dat het om kosten moet gaan die de belanghebbende redelijkerwijs heeft moeten maken. Het gaat daarbij in eerste instantie om de vraag of het redelijk was om kosten te maken voor het inroepen van rechtshulp of van een deskundige. Wanneer het bijvoorbeeld om een relatief eenvoudig te constateren gebrek gaat, zal meestal het inroepen van rechtshulp als niet noodzakelijk worden beschouwd.

Dat was bijvoorbeeld ook niet het geval toen een bestuursorgaan een paar dagen voor het verstrijken van de beslistermijn aan de belanghebbende had laten weten dat de beschikking over enkele dagen verzonden zou worden. Onder dergelijke omstandigheden is er namelijk geen sprake van kosten die betrokkene redelijkerwijs heeft moeten maken. Het is van ondergeschikt belang of een professionele rechtshulpverlener of een deskundige een redelijk tarief in rekening heeft gebracht, omdat in het “Besluit proceskosten bestuursrecht” een forfaitair (vastgesteld) bedrag van toepassing is.

Herroepen primaire besluit

Voor het recht op een vergoeding van kosten in bezwaar moet er tevens sprake zijn van het feit dat de heroverweging van het primaire (oorspronkelijke) besluit uiteindelijk leidt tot een herroeping daarvan. Een herroeping vindt plaats als een bezwaarschrift leidt tot een intrekking of een wijziging van het primaire besluit. Een gegrond bezwaarschrift dat dus niet leidt tot een herroeping van het primaire besluit – bijvoorbeeld slechts een verbetering van vormfouten of de motivering – geeft geen aanspraak op een vergoeding van kosten in bezwaar.

Onrechtmatigheid aan bestuursorgaan te wijten

Niet iedere herroeping leidt tot een aanspraak op een kostenvergoeding. Het moet dan tevens gaan om een onrechtmatigheid die aan het bestuursorgaan te wijten is. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn dat de herroeping van het primaire besluit het gevolg is van een verandering van omstandigheden, van nieuwe beleidsinzichten of van gewijzigde wettelijke voorschriften. In die gevallen is de herroeping van het primaire besluit in het algemeen niet gelegen in een onrechtmatigheid die te wijten is aan het betreffende bestuursorgaan. Aan de voorwaarden voor een vergoeding van kosten in bezwaar is dan niet voldaan.

De (hoogste) bestuursrechters hebben zich al vaak uitgesproken inzake de vraag of er sprake is van onrechtmatigheid aan de zijde van het bestuursorgaan. Zo vond toerekening niet plaats als het veeleer aan de belanghebbende (aanvrager) zelf te wijten is dat het bestuursorgaan in eerste instantie een fout maakte. In een andere zaak werd het primaire besluit (strafontslag) herroepen en een mildere straf opgelegd. Een gewijzigd inzicht van het betreffende bestuursorgaan in de ernst van door betrokkenen gepleegd plichtsverzuim, berust naar het oordeel van de bestuursrechter uitsluitend op een aanvankelijk onjuiste waardering van de feiten en omstandigheden zoals deze zich ten tijde van het primaire besluit voordeden. Om deze reden werd het primaire besluit als onrechtmatig beschouwd met een verwijt aan dat bestuursorgaan.

Hetzelfde oordeel gaf een bestuursrechter in een geval waarbij een primair besluit werd herroepen wegens een onrechtmatige grondslag en het bestuursorgaan vervolgens een nieuw, maar precies dezelfde “beslissing op bezwaar” nam als het primaire (oorspronkelijke) besluit. Er was namelijk een onjuiste grondslag toegepast bij een besluit tot het opleggen van een last onder dwangsom. Het besluit werd vervolgens herroepen en bij de beslissing op bezwaar werd wederom een last onder dwangsom opgelegd gebaseerd op de overtreding van een ander wettelijk voorschrift.

Matiging vergoeding kosten in bezwaar

Bestuursorganen hebben de mogelijkheid om de vergoeding van de kosten in de bezwaarprocedure, te matigen. In een zaak bij de hoogste bestuursrechter werd de rechtsvraag beantwoord of het bestuursorgaan op juiste gronden de kostenvergoeding had gematigd. Aangezien in de betreffende bezwaarprocedure de belanghebbende slechts voor een gedeelte in het gelijk werd gesteld, werd de vergoeding van de kosten die deze persoon redelijkerwijs had moeten maken in bezwaar, door het bestuursorgaan verminderd. De hoogste bestuursrechter was het daar niet mee eens en oordeelde dat voor een matiging van de vergoeding niet beslissend of een belanghebbende al dan niet gedeeltelijk in het gelijk is gesteld, maar of deze persoon op een ondergeschikt punt in het gelijk is gesteld.

De Hoge Raad heeft vervolgens besloten dat van de hoofdregel “als een belanghebbende geheel of gedeeltelijk in het gelijk wordt gesteld, de door deze gemaakte proceskosten zonder matiging voor vergoeding in aanmerking komen” kan worden afgeweken, indien de noodzaak tot het instellen van een rechtsmiddel uitsluitend uit de handelwijze van de belanghebbende voortvloeit (bijvoorbeeld het nalaten van de belanghebbende om bepaalde gegevens aan te leveren).

Vergoeding kosten in bezwaar slechts op verzoek belanghebbende

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dus uitdrukkelijk bepaald dat een belanghebbende voor een vergoeding een verzoek moet doen bij het bestuursorgaan die het bezwaarschrift behandelt. Het bestuursorgaan is derhalve niet verplicht om ambtshalve te besluiten om de gemaakte kosten in de bezwaarprocedure te vergoeden. Het is raadzaam om het verzoek meteen in het bezwaarschrift op te nemen of tijdens de hoorzitting in het kader van de bezwaarprocedure. In ieder geval is het niet meer mogelijk om het verzoek in te dienen, nadat het bestuursorgaan een beslissing op het bezwaarschrift eenmaal heeft genomen.

Forfaitaire bedragen en puntenstelsel in Besluit proceskosten bestuursrecht

De hoogte van de diverse vergoedingen alsmede de omschrijving van de kostenposten die voor een vergoeding in aanmerking kunnen komen, vloeien dus rechtstreeks voort uit het “Besluit proceskosten bestuursrecht”. De personen die professionele rechtsbijstand verlenen krijgen forfaitaire (vastgestelde) bedragen volgens een bepaald puntensysteem in de bijlage van het “Besluit proceskosten bestuursrecht”. Voor deskundigen en getuigen wordt verwezen naar de “Wet tarieven in strafzaken”.

In de bijlage van het “Besluit proceskosten bestuursrecht” wordt dus een zogenaamd puntensysteem gehanteerd waarbij voor bepaalde proceshandelingen punten worden toegekend. Zo worden voor zowel het indienen van een bezwaarschrift als het bijwonen van een hoorzitting in het kader van een bezwaarprocedure, één punt toegekend. Daarnaast zijn in de betreffende bijlagen een aantal wegingsfactoren opgenomen met betrekking tot de zwaarte van de bezwaarprocedure in relatie tot de materie van het bestreden besluit.

Indien bijvoorbeeld een zaak als zijnde “zeer licht” wordt beschouwd, dan wordt een toegekend punt vermenigvuldigd met een factor 0.25 waardoor er slechts een kwart punt resteert. Verder zijn er ook nog de categoriën die aangeduid zijn als “licht, gemiddeld, zwaar en zeer zwaar”, met ieder weer zijn eigen vermenigvuldigheidsfactor. Als de norm wordt in de rechtspraak als uitgangspunt gehanteerd dat een behandeling van een bepaalde zaak in een bezwaarschriftprocedure behoort tot de categorie gemiddeld, tenzij er duidelijk redenen zijn om hiervan af te wijken.

Indien naar het oordeel van het bestuursorgaan sprake is van de categorie “licht of zeer licht”, dient dit door het bestuursorgaan gemotiveerd te worden. In het geval dat een belanghebbende van mening is dat er sprake is van de categorie “zwaar of zeer zwaar”, is het verder aan de belanghebbende om dit te onderbouwen. Uiteindelijk wordt het totaal aantal toegekende punten aan proceshandelingen in de bezwaarprocedure, vermenigvuldigd met het daarvoor geldende forfaitaire bedrag hetgeen de volledige vergoeding weergeeft.

Beroep tegen besluit tot vergoeding kosten in bezwaar

Tegen het besluit van het bestuursorgaan tot de vergoeding van de kosten die gemaakt zijn in de bezwaarprocedure, kan vervolgens rechtstreeks beroep worden ingesteld bij de bestuursrechter van de  rechtbank.