Beschikking is altijd een besluit

Een besluit (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) is een beschikking (in de zin van de Algemene wet bestuursrecht) als het individueel bepaalbaar en concreet is. Een besluit moet zich richten tot een gesloten groep personen of een specifiek object om te kunnen spreken van een beschikking. Voorbeelden zijn het verlenen van een vergunning, het opleggen van een last onder dwangsom, een benoeming van een ambtenaar in functie, enzovoort.

Besluit is niet altijd een beschikking

Een besluit wordt in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) omschreven als een “schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling”. Aangezien een beschikking altijd een besluit is, is een beschikking dus ook een “schriftelijke beslissing van een bestuursorgaan, inhoudende een publiekrechtelijke rechtshandeling”. Een besluit hoeft echter geen beschikking te zijn, omdat een besluit ook van “algemene strekking” kan zijn. Een besluit van algemene strekking is niet gericht op een individu of een concreet geval, maar een dergelijk besluit heeft gevolgen voor een groep gevallen. Voorbeelden hiervan zijn een verordening, een bestemmingsplan of een beleidsregel.

Soorten beschikkingen

Er zijn verschillende soorten beschikkingen en vaak is er sprake van een mengvorm. Het onderscheid tussen begunstigende en belastende, vrije en gebonden en duurzame en aflopende beschikkingen, wordt het meest gemaakt in de literatuur.

Begunstigende en belastende beschikkingen

Sommige beschikkingen doen een recht ontstaan, andere leggen weer plichten op. Een beschikking is begunstigend, indien deze rechten of aanspraken geeft die er anders niet zouden zijn of als ze al bestaan, de lasten verlicht of een dreigende last voorkomt (subsidie verlenen, het geven van toestemming of een vergunning, de benoeming ambtenaar, het verlenen van een rijbewijs, het gegrond verklaren van een bezwaarschrift, het schrappen van een vergunningvoorschrift, enzovoort).

Een beschikking is belastend als het een last oplegt die er tevoren niet was of in het geval dat een verlangde begunstiging niet wordt toegestaan (het opleggen van een navorderingsaanslag, een besluit tot toepassing van bestuursdwang, het verbinden van voorschriften aan een beschikking, het weigeren of intrekken van een begunstigende beschikking, enzovoort). Andere beschikkingen kunnen tegelijkertijd begunstigend en belastend werken. Dit is het geval als aan een vergunning allerlei voorwaarden zijn verbonden.

Vrije en gebonden beschikkingen

Als een bevoegd bestuursorgaan geen enkele ruimte heeft om een eigen beleid te ontwikkelen of te hanteren omdat een wet precies voorschrijft in welke gevallen en onder welke voorwaarden een beschikking moet worden verleend, dan is er sprake van een gebonden beschikking. Een bestuursorgaan dient een aanvraag om een gebonden beschikking dan ook te verlenen of te weigeren, indien blijkt dat al dan niet voldaan wordt aan de daarvoor gestelde criteria in het desbetreffende wettelijke voorschrift.

Indien een bevoegd bestuursorgaan de ruimte heeft om een eigen beleid te ontwikkelen of te hanteren met betrekking tot het verlenen en het weigeren van een beschikking, dan is er sprake van een vrije beschikking. De speelruimte die het bestuursorgaan dan heeft, wordt de “discretionaire bevoegdheid” genoemd.

Volkomen vrijheid is er voor bestuursorganen echter nooit, omdat het handelen altijd door de algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt genormeerd. Voor de mogelijkheden tot overleg, rechtsbescherming, intrekbaarheid en of er voorschriften aan kunnen worden verbonden, is het wel belangrijk of er sprake is van een vrije dan wel een gebonden beschikking.

Aflopende en duurzame beschikkingen

In dit onderscheid gaat het om de duur van de rechtsbetrekking die geschapen wordt. Het betreft dan de vraag of het om een eenmalige of een aflopende handeling gaat waarop de beschikking ziet of dat het om een duurzame activiteit gaat (een min of meer permanente toestand).

Een bouwvergunning bijvoorbeeld is aflopend (uitgewerkt zodra handeling verricht is) en daarentegen heeft een milieuvergunning een permanent karakter (deze gelden zolang ze niet zijn ingetrokken of de geldingsduur niet verstreken is indien de vergunning voor bepaalde tijd is verleend). Het onderscheid tussen aflopend en duurzaam is vooral van belang met betrekking tot de intrekbaarheid.