Belanghebbende en “rechtstreeks belang” 

Een belanghebbende wordt in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gedefinieerd als “degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken” (er dient een causaal verband te zijn tussen de gevolgen van het besluit en het geraakte belang). In het bestuursrecht staat de belanghebbende centraal, omdat alleen een belanghebbende kan ageren tegen een besluit van een bestuursorgaan.

In de jurisprudentie (rechtspraak) is uitgewerkt wanneer er sprake is van een belang.
Zo is een belanghebbende degene die betrokken is bij een besluit of een geschil en daar (rechtstreeks) belang bij heeft. Als er sprake is van een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), dan kan het zowel om een natuurlijk persoon als om een rechtspersoon gaan.

Belanghebbende en “criteria ontwikkeld in rechtspraak”

In de rechtspraak (jurisprudentie) zijn enkele criteria ontwikkeld om te bepalen of u belanghebbende bent in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Om van een belanghebbende te kunnen spreken, dient u een eigen belang te hebben en het belang dient objectief bepaalbaar te zijn. Daarnaast dient uw belang actueel te zijn alsmede een persoonlijk of individueel belang te betreffen.

Ten slotte dient het belang dus rechtstreeks te zijn. In tegenstelling tot rechtspersonen, dienen natuurlijke personen aan al deze criteria (rechtstreeks belang, eigen belang, objectief bepaalbaar belang, actueel belang, persoonlijk of individueel belang, rechtstreeks belang) te voldoen om als belanghebbende bij een besluit te kunnen worden beschouwd. Rechtspersonen die slechts opkomen voor een eigen belang, behoeven daarentegen alleen te voldoen aan de eisen van een concreet en een direct belang.

Belanghebbende en eigen belang

Een persoon die meent dat hij belanghebbende is omdat de belangen van een ander in het geding zijn, wordt niet als belanghebbende aangemerkt. Het moet dus wel degelijk om een eigen belang gaan en dus niet om het belang van een ander of bijvoorbeeld een algemeen of collectief belang betreffen.

Belanghebbende en objectief bepaalbaar belang

Een persoon wordt niet als belanghebbende beschouwd , omdat er slechts bij diegene een sterk (subjectief) gevoel van betrokkenheid bestaat bij een bepaald bestuursbesluit. Een sterk subjectief gevoel van betrokkenheid leidt nog niet tot het zijn van een belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Kortom, het bestuursbesluit dient rechtstreeks gevolgen te hebben voor uw rechten en/of plichten om te kunnen worden aangemerkt als een belanghebbende.

Belanghebbende en actueel belang

Voorts dient het belang actueel te zijn, dus niet gericht op een toekomstige gebeurtenis. Als men bijvoorbeeld binnen een bepaalde tijd verhuist naar een andere woning en naast die woning vinden activiteiten plaats waartegen bezwaar kan worden gemaakt, dan kan slechts de huidige bewoner een bezwaarschrift indienen en niet de potentiële koper (tenzij de overdracht van het woonhuis al heeft plaatsgevonden). Er is dan namelijk sprake van een toekomstige en onzekere situatie (het belang bij het te nemen besluit dient al daadwerkelijk te bestaan en niet een toekomstig of nog onzeker belang te zijn).

Persoonlijk of individueel belang

Een persoon moet zich kunnen onderscheiden van andere personen die geen belanghebbenden zijn en zodoende aantonen dat zijn of haar belang in het geding is. Bij een beschikking is er sprake van een persoonlijk of individueel belang. Een persoon met een beschikking onderscheidt zich van een persoon zonder beschikking, indien de gevolgen van het besluit voor de betreffende persoon in relevante mate anders uitwerken dan voor anderen in het algemeen.

Belanghebbende en “rechtspersonen”

Of een rechtspersoon (besloten vennootschap, stichting, vereniging, enzovoort) belanghebbende is, hangt af van de vraag welke algemene of collectieve belangen de rechtspersoon behartigt. Dit wordt duidelijk in de doelstelling die is genoemd in de statuten en uit de werkzaamheden die in de praktijk worden verricht dor de rechtspersoon. Als de belangen die de rechtspersoon behartigt rechtstreeks betrokken zijn bij een besluit, dan is deze belanghebbende.

Rechtspersonen die volgens hun statuten een algemeen belang dienen, bezitten dit belang als hun eigen en persoonlijk belang en daarnaast dient er dan nog sprake te zijn van een concreet en direct geraakt belang. Rechtspersonen die een collectief belang van hun leden behartigen, bezitten dit collectief belang als hun eigen en persoonlijk belang en ook in dergelijke gevallen dient er nog een concreet en direct geraakt belang te zijn. Voor bestuursorganen geldt eveneens, dat de aan hun toevertrouwde belangen als hun eigen en persoonlijk belang gelden en dat daarbij nog een concreet en direct geraakt belang aanwezig moet zijn om als belanghebbende te worden beschouwd.

Belanghebbende en relativiteitsvereiste

Op 1 januari 2013 is de “Wet aanpassing bestuursprocesrecht” in werking getreden. Daarmee is ook de invoering van artikel 8:69a Algemene wet bestuursrecht (relativiteitsvereiste) een feit geworden. Op grond van deze bepaling gaat een bestuursrechter niet over tot vernietiging van een besluit als dat in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dat beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept. Tussen de aangevoerde grond in beroep en de daadwerkelijke reden om een besluit te bestrijden, moet dus een duidelijk verband liggen om het besluit te kunnen vernietigen.

Aanscherping begrip “belanghebbende”

Voor de invoering van het relativiteitsvereiste in het bestuursrecht kon een belanghebbende zich op elke rechtsregel beroepen waarmee het bestreden besluit in strijd was. Nu dient er echter een causaal verband te zijn tussen de argumenten die worden aangevoerd in beroep en de echte reden om een besluit aan te vechten. Een belanghebbende die nu beroep instelt tegen een besluit, zal dus minder gronden kunnen aanvoeren dan voorheen het geval was. Het relativiteitseisvereiste wijzigt in feite niets aan het begrip belanghebbende als zodanig, maar aangevoerde argumenten die gegrond zijn in beroep leiden niet tot het vernietigen an het besluit als niet is voldaan aan het relativiteitsvereiste.

In de literatuur wordt als voorbeeld met betrekking tot het relativiteitsvereiste vaak verwezen naar de eigenaren van een villawijk die ageren tegen de vestiging van een woonwagenkamp direct grenzend aan hun wijk. Bij de bestuursrechter voerden zij onder andere aan dat het woonwagenkamp zo dicht tegen een nabijgelegen zwembad en spoorlijn was gesitueerd, dat de bewoners van het kamp daar geluidsoverlast van zouden gaan ondervinden. Dergelijke geluidsbepalingen strekken zich kennelijk niet tot bescherming van de belangen van degenen die zich daarop beroepen (in dit voorbeeld dus de eigenaren van de villa’s). In deze zaak was er geen verband tussen de aangevoerde grond en de echte reden (de villabewoners vreesden zelf voor overlast als gevolg van de geplande komst van het woonwagenkamp). Aan het relativiteitsvereiste werd niet voldaan.