Algemene regels bestuursrecht

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) bevat de belangrijkste (algemene) regels van het bestuursrecht met betrekking tot de verhouding tussen de overheid enerzijds en de burgers, bedrijven en overige instanties anderzijds alsmede tussen de diverse overheidsorganen onderling.

Grondslag Algemene wet bestuursrecht (Awb) ligt in Grondwet

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) is destijds opgesteld met de bedoeling om het algehele publiekrechtelijke handelen hieraan te binden. De grondslag voor deze wet is opgenomen in de Grondwet waarin is bepaald, dat “de wet algemene regels van bestuursrecht vaststelt”. Dit betekent, dat de Grondwet aan de (formele) wetgever de opdracht geeft tot het vaststellen van deze wet in formele zin.

Geschiedenis en totstandkoming Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Het bestuursrecht was tot voor de inwerkingtreding van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) erg verbrokkeld. Veel bestuursrechtelijke voorschriften kenden grote, onderlinge verschillen. Voor diverse regelingen golden bijvoorbeeld uiteenlopende termijnen voor het maken van bezwaar en het instellen van beroep. Inhoudelijke normeringen ontbraken dijkwijls waardoor men slechts kon terugvallen op jurisprudentie.

Om meer uniformiteit in het bestuursrecht te bewerkstelligen, werd in 1983 de “Commissie algemene regels van bestuursrecht” in het leven geroepen die de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest gaan voorbereiden. Uiteindelijk traden toen op 1 januari 1994 zowel de eerste als de tweede tranche in werking. Met “tranche” wordt een grote brok wetgeving (hoofdstukken/modules) in een wet bedoeld die alsmaar in de loop van de tijd kan worden aangevuld. De eerste twee tranches bestonden uit definities van begrippen uit het bestuursrecht, normeringen voor het handelen van de overheid en een beschrijving van de procedures voor besluitvorming en rechtsbescherming.

Doelstellingen Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Met de komst van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wilde men meer uniformering (eenheid) in de diverse bestuurlijke wetgeving tot stand brengen alsook deze wetgeving vereenvoudigen en meer systematiek daarin aanbrengen door middel van het opnemen in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) van gelijkluidende bepalingen uit de vele, afzonderlijke bestuursrechtelijke wetten.

Daarnaast was het de doelstelling om in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalde normen op te nemen die in de loop der tijd in de jurisprudentie waren ontwikkeld  (codificatie van enkele algemene beginselen van behoorlijk bestuur zoals het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel).

Ten slotte had men als doelstelling om voor bepaalde zaken een algemene regeling te realiseren waardoor deze kwesties niet meer versnipperd in afzonderlijke, bestuursrechtelijke wetgeving zouden voorkomen. Hierbij moet gedacht worden aan bijvoorbeeld de plicht om documenten door te sturen die door burgers of bedrijven bij de verkeerde instantie worden ingediend (verkeer tussen burgers en bestuursorganen) alsmede de plicht om eerst bezwaar te maken tegen beslissingen van de overheid voordat (hoger) beroep kan worden ingesteld bij een rechterlijke instantie.

Kortom, de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is dus een algemene wet met als doel  om de meest algemene leerstukken van het bestuursrecht daarin vast te leggen (codificeren) waarbij de vraag gesteld kan worden welke zaken tot het algemene bestuursrecht toebehoren en welke deel uitmaken van het specifieke, bijzondere bestuursrecht.

Sinds de invoering van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn in ieder geval steeds meer “bijzondere” bestuursrechtelijke leerstukken in deze wet opgenomen en het is de verwachting dat deze trend zich zal voortzetten waardoor de grens tussen “algemeen en bijzonder bestuursrecht” steeds meer vervaagt. In ieder geval is het bestuursrecht vandaag de dag nog steeds volop in ontwikkeling waardoor het een zeer dynamisch rechtsgebied is.

Regels bezwaar en beroep in Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Zoals hiervoor al opgemerkt staan – naast bijvoorbeeld de regels inzake de bevoegdheid van bestuursorganen om besluiten te nemen, hoe de overheid een besluit moet voorbereiden, onderbouwen (motiveren) en bekendmaken (publicatie) – ook het recht tot het maken van bezwaar en het instellen van beroep omschreven in de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Deze uniformiteit betekent voor u, dat u bij het maken van bezwaar en/of het instellen van (hoger) beroep – ongeacht welke bestuursrechtelijke regeling van toepassing – de bepalingen over bezwaar en beroep kunt hanteren in de Algemene wet bestuursrecht (Awb), tenzij een afwijkende termijn is opgenomen in andere bestuursrechtelijke wetgeving.

Zo is bijvoorbeeld in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift of een beroepschrift zes weken bedraagt, tenzij in een andere bestuursrechtelijke regeling een andere termijn is vastgesteld.