Beslissing versnelde behandeling beroep

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wordt aan de rechtbank een discretionaire bevoegdheid toegekend om, ambtshalve of op uitdrukkelijk verzoek van (een van de) partijen (dus zowel belanghebbenden als het bestuursorgaan kunnen om een versnelde behandeling verzoeken), in spoedeisende gevallen het beroep in de bodemprocedure versneld te behandelen door een aantal beperkingen aan te brengen in de fase van het vooronderzoek.

De rechtbank kan dan diverse termijnen in de procedure bekorten (bijvoorbeeld kortere termijnen voor het betalen van het griffierecht, het inzenden van stukken en de uitnodiging voor de zitting met als ondergrens dat altijd termijnen moeten worden gehanteerd waarbij de desbetreffende handelingen nog redelijkerwijs kunnen worden verricht) en beperkingen aanbrengen in de omvang van het vooronderzoek. Eveneens moet dan zo spoedig als mogelijk is een zittingsdatum worden bepaald, die onmiddellijk aan partijen moet worden kenbaar gemaakt. Een versnelde behandeling van het beroep is overigens niet hetzelfde als een voorlopige voorziening.

Spoedeisendheid vereist voor snelle behandeling beroep

De enige wettelijke eis die gesteld wordt om voor een versnelde behandeling van het beroep in aanmerking te komen, is dat er sprake dient te zijn van een spoedeisende zaak. In het algemeen wordt een versnelde behandeling van het beroep door de eiser verzocht en dan zullen de door deze aangevoerde argumenten door de rechtbank moeten worden beoordeeld. De rechtbank moet dan een afweging maken tussen het belang dat de verzoeker heeft bij een versnelde behandeling van het beroep en de belangen van andere in het geding betrokken partijen en dan voornamelijk of deze partij(en) dan in voldoende mate hun standpunt(en) naar voren kunnen brengen. In het bijzonder dient de mate van complexiteit van het geschil in de afweging te worden betrokken. De complexiteit kan dus een reden zijn om een verzoek tot een versnelde behandeling van het beroep af te wijzen.

Een argument voor een versnelde behandeling van het beroep kan bijvoorbeeld gelegen zijn dat bij een “normale duur” van de beroepsprocedure aan de zijde van een partij het procesbelang ontvalt, omdat het bestreden besluit een beperkte werkingsduur heeft. Ook een verweerder zou echter een belang kunnen hebben bij een versnelde behandeling van het beroep. De betrokken partijen kunnen overigens het verzoek om een versnelde behandeling van het beroep in elke fase van de procedure indienen, maar dit dient wel zo vroeg mogelijk en het liefst gelijk met het indienen van het beroepschrift of het verweerschrift plaats te vinden. In de echt spoedeisende gevallen ligt het verzoek om een voorlopige voorziening meer voor de hand.

Beslissing tot versneld behandelen beroep

De rechtbanken hanteren als richtlijn dat binnen twee weken na de ontvangst van een gemotiveerd verzoek om een versnelde behandeling van het beroep, aan partijen wordt kenbaar gemaakt of dat verzoek wordt gehonoreerd. Indien de rechtbank beslist dat een versnelde behandeling van het beroep plaatsvindt, dan zal er in ieder geval zo spoedig als mogelijk is een zitting georganiseerd worden (de zitting vindt dus sneller plaats als bij een “normale” behandeling van het beroep en de verplichting om na afronding van het onderzoek ten minste drie weken van tevoren een uitnodiging voor de zitting te doen uitgaan, geldt dan echter niet). Overigens is de beslissing van de rechtbank om het beroep versneld te behandelen (of de weigering daarvan) een tussenbeslissing waartegen geen hoger beroep kan worden ingesteld.

Beëndiging versnelde behandeling beroep

De rechtbank kan tijdens een versnelde behandeling van het beroep alsnog beslissen om de zaak op de “normale” wijze verder te behandelen, indien er naar haar oordeel geen sprake meer is van spoedeisendheid of als het beroep toch een “normale” behandeling vereist. Bij een beperking van het vooronderzoek waarvan sprake is bij een versnelde behandeling van het beroep, schuilt namelijk het gevaar dat een zorgvuldige, rechterlijke oordeelsvorming in het gedrang komt. Het voortzetten van een versnelde behandeling van het beroep is alleen gerechtvaardigd zolang het belang bij een spoedige uitspraak in de bodemprocedure het zwaarst weegt.

Indien dus naar het oordeel van de rechtbank geen sprake meer is van spoedeisendheid of als het beroep toch een “normale” behandeling vereist, dan is de rechter verplicht om de versnelde behandeling van het beroep te beëindigen. Het is echter de rechtbank zelf die dient te beoordelen of het ingestelde beroep niet meer voldoende spoedeisend is of dat de zaak een “normale” behandeling vereist. Indien wordt besloten door de rechtbank om de versnelde behandeling van het beroep te beëndigen, dan zijn de kortere termijnen die gehanteerd worden in het vooronderzoek uiteraard verder niet meer van toepassing.