Vereenvoudigde afdoening beroep buiten zitting wegens “kennelijkheden”

De Algemene wet bestuursrecht (Awb) biedt de rechtbank de mogelijkheid om in het stadium van het vooronderzoek het onderzoek te sluiten en het beroep zonder zitting af te doen. De rechtbank kan dit zo doen als de voortzetting van het onderzoek niet nodig is vanwege een kennelijke onbevoegdheid van de rechtbank of een kennelijke niet ontvankelijkheid dan wel een kennelijke (on)gegrondheid van het beroep.

Sluiting onderzoek in beroep

In elk stadium van het vooronderzoek in het kader van het beroep, kan de rechtbank het onderzoek sluiten. Het belangrijkste gevolg is dan dat de mondelinge behandeling door middel van een zitting bij de rechtbank, niet plaatsvindt vanwege het feit dat er meteen uitspraak wordt gedaan. Een sluiting van het onderzoek teneinde het beroep vereenvoudigd af te doen is echter niet mogelijk, indien partijen al zijn uitgenodigd voor de zitting bij de rechtbank.

Geen toestemming nodig voor besluit vereenvoudigde behandeling beroep

Voor een beslissing tot een vereenvoudigde behandeling van het beroep is geen toestemming van de betrokken partijen nodig. Wel vereist een behoorlijke procesvoering dat de reactie van de wederpartij in de beoordeling wordt betrokken voorafgaand aan het gegrond verklaren van het beroep. Ook al is een zaak geheel duidelijk, dan nog staat het de rechtbank vrij om te beslissen de zaak ter zitting te behandelen.

“Kennelijkheden” en besluit rechtbank vereenvoudigde behandeling beroep

De term “kennelijk” houdt in, dat daarover in alle redelijkheid geen twijfel mogelijk is. In vier limitatief genoemde gevallen kan de rechtbank tot een vereenvoudigde afdoening van het beroep overgaan. Deze “kennelijkheden” betreffen een kennelijke onbevoegdheid van de rechtbank (als het bijvoorbeeld evident is dat het bestreden besluit geen appellabel besluit is), een kennelijke niet ontvankelijkheid van het beroep (dit speelt bijvoorbeeld bij geen of of een te late betaling van het griffierecht die niet verontschuldigbaar is, een te late indiening van een beroepschrift waarbij de termijnoverschrijding evident niet verschoonbaar is of het ontbreken van enig procesbelang wegens de intrekking van het besluit), een kennelijke ongegrondheid van het beroep (hiervan is bijvoorbeeld sprake bij een beroep tegen een strikt gebonden beschikking of tegen niet ontvankelijkverklaring van een bezwaarschrift) en een kennelijke gegrondheid van het beroep (dit is bijvoorbeeld aan de orde als het besluit evident in strijd is met de wetgeving).

Rechtsmiddelen in uitspraak in kader vereenvoudigde behandeling beroep

Voor belanghebbenden staat verzet bij de rechtbank open tegen een uitspraak in het kader van een vereenvoudide behandeling van het beroep. Partijen dienen in de uitspraak van de rechtbank gewezen te worden op die mogelijkheid. Tevens dient in de uitspraak te worden vermeld dat opposanten kunnen vragen om te worden gehoord. Alleen als expliciet een dergelijk verzoek is gedaan, dan is de rechtbank verplicht om de opposant daartoe in de gelegenheid te stellen.

Dit is anders, indien de rechtbank al van mening is dat het verzet gegrond is. In het geval dat een opposant geen verzoek heeft gedaan om te worden gehoord of pas een verzoek heeft gedaan na het indienen van het verzetschrift, dan heeft de rechtbank zelf de keuze om hem al dan niet in de gelegenheid te stellen om op een zitting te worden gehoord. Betreft het een geschil over de oplegging van bestuurlijke sancties, dan zal de rechtbank met inachtneming van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM) de opposant altijd in de gelegenheid moeten stellen om gehoord te worden. Tegen een uitspraak dat een beroep vereenvoudigd behandeld wordt staat overigens geen hoger beroep en cassatieberoep open, aangezien al de mogelijkheied bestaat om gebruik te maken van het rechtsmiddel van verzet.

Verzet tegen uitspraak rechtbank inzake vereenvoudigde behandeling beroep

Tegen een uitspraak van de rechtbank in het kader van een vereenvoudigde behandeling van het beroep kan verzet worden gedaan bij de rechtbank. In verzet draait het slechts om de vraag of de rechtbank terecht tot een vereenvoudigde behandeling van het beroep is overgegaan. Het verzet levert dus geen behandeling ten gronde van de hoofdzaak op. Het gaat dus louter en alleen om een beoordeling van de “kennelijkheid” van de door de rechtbank uitgesproken (on)gegrondheid of niet ontvankelijkheid. Het verzet kan zich ook uitstrekken tot nevenuitspraken, bijvoorbeeld over de proceskostenveroordeling. De toetsing in de verzetsprocedure van de uitspraak waartegen verzet wordt gedaan, dient te gebeuren op grond van de in verzet beschikbare informatie waartoe ook die informatie deel uitmaakt die voor het eerst in de verzetsfase naar voren is gebracht.

Wie kunnen in verzet tegen uitspraak rechtbank  

De mogelijkheid om in verzet te gaan tegen een uitspraak van de rechtbank in het kader van een vereenvoudigde behandeling van een beroep, is alleen toegekend aan belanghebbenden. Daarnaast wordt specifiek een bestuursorgaan als gerechtigde aangemerkt om in verzet te kunnen gaan.

In verzet gaan door middel van verzetschrift

Om in verzet te gaan, is de indiening van een verzetschrift verplicht bij dezelfde rechtbank die de vereenvoudigde behandeling van het beroep deed. Het verzetschrift wordt echter wel behandeld door een andere rechter, maar dus wel bij dezelfde rechtbank. Een verzetschrift dient aan dezelfde vereisten te voldoen als een beroepschrift. De verzetstermijn is gelijk aan de beroepstermijn, namelijk zes weken. Voor de bepaling van de aanvang en het einde van de verzetstermijn gelden verder dezelfde regels als bij de beroepstermijn. De verzetstermijn vangt daarmee dus aan op de dag na die waarop de bestreden uitspraak van de rechtbank aan de partijen is toegezonden.

De rechtbank dient de ontvangst van het verzetschrift bij brief bevestigen en er geldt een verplichting om onjuist geadresseerde verzetschriften door te zenden naar het wel bevoegde orgaan of instantie. De rechtbank dient de stukken sowieso toe te zenden aan een eventuele gemachtigde. Het verzetschrift kan zowel schriftelijk, maar ook mondeling tijdens het horen worden ingetrokken. De rechtbank moet een wederpartij in de gelegenheid stellen om te reageren op het verzet en deze krijgt daarvoor een termijn van twee weken. Als richtlijn geldt verder dat de rechtbank binnen dertien weken na ontvangst van het verzetschrift het verzet ter zitting behandelt of zonder zitting uitspraak doet.

Uitspraak met betrekking tot ingestelde verzet

De rechtbank kan het verzet – afgezien van de onbevoegdheid van de desbetreffende rechtbank zelf – niet ontvankelijk, gegrond of ongegrond verklaren, gelijk dus aan de mogelijkheden met de uitkomsten die in de hoofdzaak kunnen worden uitgesproken. Indien de opposant in het ongelijk wordt gesteld en de rechtbank dus het verzet niet ontvankelijk of ongegrond verklaart, dan blijft de uitspraak gedaan in het kader van een vereenvoudigde behandeling van het beroep van toepassing. Daartegen staat geen hoger beroep open.

Bij het gegrond verklaren van het verzetschrift, is er geen oordeel gegeven over de hoofdzaak. Als de opposant in het gelijk wordt gesteld en de rechtbank dus het verzet gegrond verklaart, dan wordt het onderzoek voortgezet in de fase in het vooronderzoek waarin het zich bevond. In ieder geval is het gevolg van het gegrond verklaren van het verzetschrift dat er een mondelinge behandeling ter zitting moet plaatsvinden waarvoor partijen ten minste drie weken tevoren moeten worden uitgenodigd.