Te vroeg ingesteld beroep in beginsel niet ontvankelijk

Het gebeurt regelmatig in de praktijk dat een beroepschrift te vroeg wordt ingediend, dus vóór aanvang van de daarvoor gestelde termijn om beroep in te stellen. Een te vroeg of te laat ingesteld beroep leidt in beginsel tot een niet ontvankelijk verklaring. Het beroep zal dan niet verder (inhoudelijk) behandeld worden.

In twee gevallen volgt geen “niet ontvankelijkverklaring” beroep

In de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is bepaald dat in twee gevallen een te vroeg ingesteld beroep niet tot een “niet ontvankelijk verklaring” mag leiden. Dit is het geval als een het besluit waartegen beroep wordt ingesteld op het moment van indiening van het beroepschrift al tot stand was gekomen (maar dus nog niet bekend gemaakt) of nog niet tot stand was gekomen, maar de indiener van het beroepschrift daarvan redelijkerwijs kon menen dat dit wel al het geval was.

Besluit waartegen beroep wordt ingesteld was al tot stand gekomen

In een dergelijk geval heeft een belanghebbende beroep bij de rechtbank ingediend, terwijl de officiële bekendmaking van het besluit nog niet heeft plaatsgevonden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij een beslissing op een bezwaarschrift dat al genomen is, terwijl de bekendmaking van het besluit nog dient plaats te vinden. Indien dan door een belanghebbende beroep wordt ingesteld bij de rechtbank tegen dat nog niet bekendgemaakte beslissing op het bezwaarschrift, dan is diegene dus feitelijk te vroeg daarmee.  Ondanks dat het beroepschrift te vroeg is ingediend, volgt in een dergelijk geval dus geen “niet ontvankelijkverklaring” van het beroep.

Besluit nog niet genomen, maar insteller beroep meende redelijkerwijs van wel

In deze situatie is het besluit dus nog niet tot stand gekomen, maar de insteller van beroep verkeerde in de veronderstelling dat dit wel al het geval was. In de memorie van toelichting wordt als voorbeeld genoemd ”een concept of de voordracht voor een besluit wordt aangezien voor het besluit zelf en op grond van minder nauwkeurige berichten in de pers of op grond van een mededeling van een ambtenaar wordt door belanghebbenden redelijkerwijs geconcludeerd, dat reeds een besluit tot stand is gekomen terwijl daar nog geen sprake van is”. In dergelijke gevallen volgt dan ook geen “niet ontvankelijk verklaring” en de behandeling van het premature beroep kan worden aangehouden.

In de praktijk blijkt dat het niet eenvoudig is om aan te tonen dat u “redelijkwijs” kon menen dat het besluit al tot stand was gekomen. In beginsel zal een conceptbesluit dat door een bestuursorgaan aan een belanghebbende wordt toegezonden, niet snel leiden tot het oordeel dat diegene “redelijkerwijs kon menen dat het besluit al tot stand was gekomen”. In objectieve zin is er dan immers geen reden voor de belanghebbende om te veronderstellen dat het “conceptbesluit” het “definitieve besluit” is. In jurisprudentie is bepaald, dat er wel aanknopingspunten moeten zijn waaruit objectief kan worden afgeleid dat degene die te vroeg een beroepschrift indient terwijl er nog geen definitieve besluitvorming heeft plaatsgevonden, redelijkerwijs kon menen dat het besluit al bestond op het moment van indiening daarvan.