Uitnodiging rechtbank voor zitting in beroep

Indien het vooronderzoek in beroep door de rechtbank is beëndigd, dan worden de betrokken partijen ten minste drie weken tevoren uitgenodigd om op een in de uitnodiging te vermelden plaats en tijdstip op een zitting van de rechtbank te verschijnen. In een eerder stadium kan door partijen aan de rechtbank al kenbaar worden gemaakt of er verhinderdata zijn, zodat de rechtbank daar in hun uitnodiging rekening mee kan houden.

Men is niet verplicht om te verschijnen op de hoorzitting in het kader van het beroep, tenzij in de brief van de rechtbank staat dat men wél geacht wordt aanwezig te zijn (oproeping). In het algemeen is het wel verstandig om te komen, omdat dan vragen van de rechter beantwoord kunnen worden en sommige punten kunnen nog eens mondeling worden benadrukt. Bovendien geeft de rechter de mogelijkheid om te reageren op hetgeen naar voren wordt gebracht door de andere partij(en).

De toelichting kan men eveneens op papier zetten en tijdens de zitting voorlezen (pleitnota). Een dergelijke pleitnota wordt opgenomen in het verslag van de zitting (proces-verbaal). De rechter kan ook tijdens de zitting de partijen wijzen op de mogelijkheid om de kwestie op een andere manier op te lossen door middel van “mediation”. Indien men niet op de zitting aanwezig kan zijn, dan is het raadzaam om zo spoedig mogelijk schriftelijk om uitstel van de behandeling te vragen. Dit verzoek moet men wel kunnen onderbouwen en er moet sprake zijn van een vorm van overmacht.

Afdoening beroep zonder onderzoek ter zitting 

Volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan de rechtbank bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft indien partijen daarvoor toestemming hebben verleend. Indien het beroep al ter zitting is behandeld, dan kan de rechtbank na toepassing van de zogenaamde bestuurlijke lus (het door de rechtbank in de gelegenheid stellen van het bestuursorgaan om een gebrek in het bestreden besluit te herstellen of te laten herstellen, mits belanghebbenden die niet als partij aan het geding deelnemen daardoor niet onevenredig kunnen worden benadeeld) bepalen dat een nader onderzoek ter zitting achterwege blijft.

Het achterwege laten van een nadere zitting in beroep is slechts mogelijk als het bestuursorgaan heeft medegedeeld dat het geen gebruik maakt van de gelegenheid om het gebrek te (laten) herstellen, als de gegeven termijn van de rechtbank aan het bestuursorgaan om het gebrek te (laten) herstellen ongebruikt is verstreken of als partijen hun zienswijzen over de wijze waarop het gebrek is hersteld naar voren hebben gebracht. Bij het achterwege blijven van het (nadere) onderzoek ter zitting, wordt het onderzoek door de rechtbank gesloten.

Indienen nadere stukken in beroep

Tot tien dagen vóór de zitting van het beroep kunnen partijen nadere stukken indienen bij de rechtbank. Op deze bevoegdheid worden partijen in de uitnodiging om op de zitting van de rechtbank te verschijnen, gewezen. Om een goed verloop van de procedure in beroep te waarborgen, wordt deze termijn van tien dagen voor de zitting gehanteerd om nog nadere stukken bij de rechtbank te kunnen indienen. De termijn van tien dagen is echter geen harde grens, omdat bij zowel tijdig als te laat ingediende stukken de rechter het criterium van de goede procesorde toepast ter beoordeling of het betreffende stuk daadwerkelijk nog meegenomen wordt.

Getuigen, deskundigen en tolken in beroepzaak

De rechtbank kan getuigen oproepen en deskundigen en tolken benoemen. De opgeroepen getuige en de deskundige of de tolk die zijn benoeming heeft aanvaard en door de rechtbank wordt opgeroepen, zijn verplicht daar gevolg aan te geven. Bij het oproepen van een deskundige dient de opdracht die moet worden vervuld, de plaats en het tijdstip waarop de opdracht moet worden vervuld en de gevolgen die zijn verbonden aan het niet verschijnen, te worden vermeld.

Namen en woonplaatsen van de opgeroepen getuigen en deskundigen en de feiten waarop het horen betrekking zal hebben worden in de uitnodiging aan partijen om op de zitting te verschijnen zoveel als mogelijk medegedeeld. Partijen kunnen ook zelf getuigen en deskundigen meebrengen of bij aangetekende brief of deurwaardersexploit oproepen, mits daarvan uiterlijk één week vóór de dag van de zitting aan de rechtbank en aan de andere partijen mededeling is gedaan, met vermelding van namen en woonplaatsen.

Zitting en proces-verbaal in het kader van beroep

De voorzitter van de meervoudige kamer heeft de leiding van de zitting en de griffier maakt aantekeningen van het verhandelde ter zitting. De griffier maakt een proces-verbaal op van de zitting indien de rechtbank dit ambtshalve bepaalt of op verzoek van een partij die daarbij belang heeft in het geval dat hoger beroep wordt ingesteld. Het proces-verbaal bevat de naam van de betrokken rechter(s), die van partijen en van hun vertegenwoordigers of gemachtigden die op de zitting zijn verschenen, van degenen die hen hebben bijgestaan en die van de getuigen, deskundigen en tolken die op de zitting zijn verschenen.

Verder houdt het proces-verbaal een vermelding in van hetgeen op de zitting met betrekking tot de zaak is voorgevallen. Aan het proces-verbaal kunnen overgelegde pleitnotities worden gehecht. Bovendien kan de rechtbank bepalen dat de verklaring van een partij, getuige of deskundige geheel in het proces-verbaal zal worden opgenomen. In dat geval wordt de verklaring onverwijld op schrift gesteld en aan de partij, getuige of deskundige voorgelezen. Deze mag daarin wijzigingen aanbrengen, die op schrift worden gesteld en aan de partij, getuige of deskundige worden voorgelezen. De verklaring wordt door de partij, getuige of deskundige ondertekend. Indien de ondertekening niet plaatsvindt, dan wordt de reden daarvan in het proces-verbaal vermeld.

Openbaarheid zitting beroep

De zitting in beroep is openbaar. maar de rechtbank kan desalniettemin bepalen dat het onderzoek ter zitting geheel of gedeeltelijk plaatsvindt achter gesloten deuren. Dit kan de rechtbank bepalen in het belang van de openbare orde of de goede zeden, in het belang van de veiligheid van de Staat, als de belangen van minderjarigen of de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van partijen dit eisen of in het geval dat de openbaarheid het belang van een goede rechtspleging ernstig zou schaden.

(Niet) horen getuigen en deskundigen in beroep

De rechtbank kan afzien van het horen van door een partij meegebrachte of opgeroepen getuigen en deskundigen, indien zij van mening is dat dit redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Indien een door een partij opgeroepen getuige of deskundige niet is verschenen, dan kan de rechtbank deze alsnog oproepen. In dergelijke gevallen schorst de rechtbank het onderzoek ter zitting.

Schorsing onderzoek ter zitting

De rechtbank kan het onderzoek ter zitting schorsen en daarbij bepalen dat het vooronderzoek wordt hervat. Indien bij een schorsing geen tijdstip van een nadere zitting is bepaald, dan bepaalt de rechtbank dit zo spoedig mogelijk alsnog. De griffier doet daarvan zo spoedig als mogelijk mededeling aan de partijen van het tijdstip van de nadere zitting in beroep. In de gevallen waarin schorsing van het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden, wordt de zaak op de nadere zitting hervat in dezelfde situatie waarin zij zich bevond.  De rechtbank kan bepalen dat het onderzoek ter zitting opnieuw wordt aangevangen. De rechtbank kan echter ook bepalen dat de nadere zitting achterwege blijft indien de betrokken partijen daarvoor toestemming hebben gegeven.

Sluiting onderzoek ter zitting

De rechtbank sluit het onderzoek ter zitting wanneer zij van oordeel is dat het onderzoek afgerond is. Alvorens het onderzoek ter zitting wordt gesloten, hebben partijen nog het recht om een laatste woord te voeren. Zodra het onderzoek ter zitting is gesloten, deelt de voorzitter van de rechtbank mee wanneer de uitspraak zal plaatsvinden.